
Prinsjesdag 2026 staat in het teken van hogere overheidsuitgaven, oplopende lasten en een koopkrachtpakket voor lagere en middeninkomens. Vooral werkenden en hogere inkomens krijgen te maken met fiscale wijzigingen. Tegelijkertijd stelt het kabinet verschillende hervormingen uit. De plannen voor de AOW, WW en WIA worden aangepast of doorgeschoven en ook rond box 3 blijven belangrijke keuzes openstaan.
Met het Belastingplan 2027 kiest het kabinet daarmee voor een combinatie van extra inkomsten, koopkrachtondersteuning en gerichte wijzigingen in bestaande fiscale regelingen. Veel voorstellen moeten nog worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer.
Belastingen leveren in 2027 miljarden extra op
Volgens de Miljoenennota leiden de kabinetsmaatregelen in 2027 tot een extra groei van de belastinginkomsten met € 6,9 miljard. Een belangrijk deel daarvan komt uit hogere inkomstenbelasting en premies voor werknemersverzekeringen.
Daarmee ligt een aanzienlijk deel van de lastenverzwaring bij inkomen uit arbeid. Dat hangt samen met de keuze van het kabinet om extra uitgaven, onder meer voor defensie, te combineren met gezonde overheidsfinanciën. De totale inkomsten van het Rijk worden voor 2027 geraamd op € 481,2 miljard. De uitgaven komen uit op € 516,8 miljard.
Het kabinet stelt tegelijkertijd verschillende eerder aangekondigde bezuinigingen uit of past ze aan. Zo is het voornemen rond de AOW-leeftijd uit de begroting gehaald. Ook wordt het maximumdagloon niet verlaagd. Verschillende wijzigingen in de sociale zekerheid, waaronder maatregelen rond de WW, schuiven een jaar op.
Wat verandert er in de inkomstenbelasting?
Een belangrijk onderdeel van Prinsjesdag 2026 is de behandeling van de belastingschijven en heffingskortingen. De grenzen in de inkomstenbelasting worden niet volledig aangepast aan de prijsontwikkeling. Daardoor kunnen belastingplichtigen eerder met een groter deel van hun inkomen in een hogere schijf terechtkomen.
Voor de hoogste schijf speelt dit effect sterker. De grens van € 78.426 wordt volgens de kabinetsplannen niet verhoogd. Hierdoor neemt de belastingdruk vooral toe voor inkomens vanaf ongeveer anderhalf keer modaal.
Tegelijkertijd bevat het koopkrachtpakket van € 1,5 miljard een aantal verzachtende maatregelen. Het kabinet stelt voor de arbeidskorting met € 173 te verhogen. Daarnaast gaan de tarieven van zowel de eerste als de tweede schijf met 0,06 procentpunt omlaag. Het pakket richt zich vooral op lagere en middeninkomens.
De koopkracht verbetert daardoor iets ten opzichte van eerdere ramingen, maar gemiddeld blijft het beeld beperkt. Voor een doorsnee huishouden verwacht het kabinet een koopkrachtdaling van 0,1 procent. Lage inkomens gaan volgens de raming gemiddeld 0,2 procent vooruit en ouderen 0,3 procent.
Hogere werkgeverslasten werken door naar arbeid
Niet alleen de inkomstenbelasting verandert. Ook werkgevers krijgen te maken met hogere lasten. De zogenoemde vrijheidsbijdrage wordt onder meer vormgegeven via een hogere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Deze hogere werkgeverspremies kunnen indirect ook gevolgen hebben voor werknemers. Hogere loonkosten kunnen namelijk de beschikbare ruimte voor loonstijging beperken. Daarmee is de invloed van de maatregelen breder dan alleen de belasting die werknemers rechtstreeks op hun loonstrook zien.
Daarnaast raakt een andere maatregel specifiek hogere inkomens. De grens waarover fiscaal ondersteund pensioen kan worden opgebouwd blijft van 2027 tot en met 2032 staan op € 137.800. Normaal gesproken stijgt deze grens mee met de loonontwikkeling.
Door de bevriezing vallen in de komende jaren steeds meer hogere inkomens boven deze grens. Het kabinet verwacht dat het aantal betrokken belastingplichtigen stijgt van ongeveer 280.000 in 2027 naar ongeveer 790.000 in 2032.
Box 3 blijft onderwerp van politieke besluitvorming
Een groot fiscaal dossier blijft voorlopig in beweging. Het kabinet werkt nog altijd aan de overgang naar belastingheffing over het werkelijke rendement in box 3. De beoogde ingangsdatum van het nieuwe stelsel blijft 1 januari 2028.
Prinsjesdag 2026 brengt nog geen definitief eindpunt in die discussie. Het kabinet onderzoekt aanpassingen binnen het voorgestelde stelsel en kijkt daarnaast naar een mogelijke vermogenswinstbelasting.
Voor 2027 blijft daardoor een overgangssituatie bestaan. Wel verandert de fiscale behandeling van groene beleggingen verder. De vrijstelling wordt in 2027 sterk verlaagd en verdwijnt volgens de huidige wetgeving vanaf 2028 volledig.
De ontwikkelingen rond box 3 blijven daarmee relevant, zowel door de lopende rechtspraak als door de politieke discussie over de vormgeving van het toekomstige stelsel.
Ook vastgoed, mobiliteit en fiscale regelingen veranderen
Het Belastingplan 2027 bevat daarnaast diverse gerichte maatregelen. Zo wil het kabinet het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen verlagen van 8 naar 7 procent. Dit geldt bijvoorbeeld voor woningen die bestemd zijn voor verhuur. De maatregel moet per 1 januari 2027 ingaan als beide Kamers instemmen.
Ook woningcorporaties krijgen fiscale ruimte. Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor deze organisaties schrappen, waardoor meer middelen beschikbaar moeten blijven voor woningbouw en verduurzaming.
Op het gebied van mobiliteit wordt de korting op de brandstofaccijns opnieuw met een jaar verlengd. Het kabinet noemt voor 2027 een benzineaccijns van € 0,85 per liter en een dieselaccijns van € 0,55 per liter. Ook wordt voorgesteld de maximale belastingvrije kilometervergoeding met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te verhogen naar € 0,25 per kilometer.
Daarnaast wil het kabinet verschillende fiscale regelingen versoberen of beëindigen. Zo moet de aftrek voor specifieke zorgkosten vanaf 2028 verdwijnen. Ook staat het schrappen of beperken van enkele regelingen voor ondernemers op de agenda. Verder wil het kabinet vanaf 2028 het lage btw-tarief voor onder meer sierteelt en luchtballonvaart vervangen door het algemene btw-tarief.
Prinsjesdag 2026 vraagt nog om politieke uitwerking
De financiële koers voor 2027 is duidelijker geworden, maar veel maatregelen zijn nog niet definitief. Het kabinet heeft geen meerderheid in beide Kamers en zal voor verschillende onderdelen steun moeten zoeken.
Dat maakt vooral de combinatie van hogere lasten en extra uitgaven politiek relevant. Het kabinet houdt vast aan extra investeringen, terwijl een deel van de hervormingen in de sociale zekerheid wordt uitgesteld. Tegelijkertijd moeten belastingmaatregelen extra inkomsten opleveren.
Vanaf oktober behandelt de Tweede Kamer het pakket Belastingplan 2027. Daarna volgt de Eerste Kamer. Tijdens die behandeling kunnen voorstellen nog wijzigen. Pas na goedkeuring door beide Kamers staat vast welke fiscale maatregelen daadwerkelijk vanaf 2027 gelden.
Conclusie
Prinsjesdag 2026 laat een duidelijke verschuiving zien in de fiscale lasten. Vooral inkomen uit arbeid en hogere inkomens leveren via verschillende maatregelen een grotere bijdrage. Daar staat een koopkrachtpakket tegenover dat vooral lagere en middeninkomens ondersteunt.
Tegelijkertijd kiest het kabinet voor uitstel bij een aantal grotere hervormingen. De sociale zekerheid verandert minder snel dan eerder aangekondigd en rond box 3 blijft de toekomstige vormgeving onderwerp van politieke besluitvorming.
Meer weten over de voorgenomen maatregelen?



